Citaat:
"Op straat drommen mensen, het is feest. Niet voor mij, ik weet niet welke kant ik uit moet, naar links of naar rechts. Welke kant was de kant van het leven in Auschwitz, alweer paniek….
En tot slot zie ik het eind, een laatste komische stuiptrekking van een joodse tragedie. Ik heb mezelf gezworen niet te willen sterven omdat ik een jodin ben. Het tragische ervan is dat er toch iets dergelijks zal gebeuren. Sterven, niet om het joods zijn, wel als een jodin. Is dat soms geen mop om je dood te lachen?
God heeft wel geweten wat Hij gedaan heeft. Op de vijfde dag heeft Hij de levende wezens waaronder het wildgedierte naar Zijn aard gemaakt. Voor het scheppen van de mens naar Zijn beeld heeft Hij de hele zesde dag nodig gehad. Er springen twee opmerkelijkheden naar voren. Het verschil tussen maken van wildgedierte naar zijn aard en het scheppen van de mens naar zijn beeld. Dus vond God het gemakkelijker iets naar Zijn aard te maken, want daar had Hij de minste tijd voor nodig.
Het is meer een hypothetische veronderstelling hoor, waar men dus heel voorzichtig mee om moet gaan. Maar zou het gebeurd kunnen zijn, dat er een generatie mensen per ongeluk niet naar zijn beeld geschapen is, maar bij gebrek aan tijd of verkeerd gemengde grondstoffen naar de aard van het wildgedierte is gemaakt?
En dat na vijf jaar God het wel welletjes vond, omdat de wereld eruit begon te zien als een stinkende bol van as en puinhopen. Zou het dan ook kunnen zijn dat die overlevenden, die wel naar zijn beeld geschapen zijn met vele littekens rondlopen tot vandaag de dag?"
Uit: "Joden zonder nummers" – ANNA BOOM – blz.6/7 – Uitg.: In den Toren, 1985 – ISBN 9060741374








