'KOPGELD' – Ad van Liempt

Citaat:
"Twee verhalen, allebei uit het voorjaar van 1943. Het ene komt van mevrouw Alida van Amerongen. Ze wordt, als onderduiker, gearresteerd door de Colonneleden Elmink en Van der Kraal. Ze moet mee naar het kantoor van Henneicke, op het Adema van Scheltemaplein. In kamer 25 wordt ze aan Wim Henneicke persoonlijk voorgeleid, en door hem verhoord. 'Als ik twintig ondergedoken joden wilde noemen, zou ik in vrijheid worden gesteld, en hoefde ik mijn ster niet meer te dragen', zo verklaart ze in januari 1949 in het proces tegen Elmink. Ze weigert, en ze wordt doorgestuurd naar de Hollandse Schouwburg. Ze overleeft de oorlog en kan dus later getuigen."
Resize of Kopgeld 
"Dan het andere verhaal, het speelt zich af in maart 1943. Wim Henneicke, net begonnen in de nieuwe constellatie – dus met het arresteren van joden als belangrijkste taak en premies als belangrijkste wapen – arresteert, na een tip, een joodse vrouw in de Eemsstraat, in Amsterdam-Zuid. Het betreft mevrouw V.  Henneicke doet het karwei zelf. Hij constateert dat ze in haar huis geen ster draagt en brengt haar over naar het Adema van Scheltemaplein. Bij het verhoor valt hem op dat mevrouw V. wel erg veel onderduikadressen weet. Hij is dan kennelijk nog enigszins onzeker over de te volgen tactiek, want hij pakt de telefoon en belt direct Untersturmfxc3xbahrer E.Hassel, zijn belangrijkste contact bij de Sicherheitspolizei. Hassel geeft hem het advies mevrouw V. te laten lopen en te proberen via haar aan zoveel mogelijk onderduikadressen te komen. Dat blijkt een, uit Duits oogpunt, succesvolle raad: Henneicke zet mevrouw V. onder maximale druk, en het rendement is hoger dan hij zal hebben verwacht. Tussen 11 en 28 maart levert mevrouw V. de adressen van tachtig niet gesperrte en voortvluchtige joden. Henneicke stuurt na elke tip een van zijn ploegen erop af, en elke keer blijken de tips van mevrouw V. accuraat. Blijkens een mededeling in een Bericht over deze zaak worden alle tachtig joden uit hun onderduikadressen gehaald – en zo levert mevrouw V.  een aanzienlijke bijdrage aan de ongekende productiviteit van de Colonne in de maand maart, waarin meer dan 3100 joden worden opgespoord.
Toch redt mevrouw V.  er haar leven niet mee. Op 1 april loopt ze in Amsterdam-Zuid in de armen van Henneickes medewerker Aaldert Dassen, die – afgaand op haar joodse uiterlijk – haar papieren controleert. Hij ziet dat ze vals zijn en wil haar arresteren, ze heeft immers geen jodenster op en is dus meervoudig strafbaar. Mevrouw V. probeert aan arrestatie te ontkomen door Dassen uit te leggen dat ze een contact van Henneicke is en dat ze hem geregeld van tips voorziet. Dassen twijfelt en belt naar het Adema van Scheltemaplein, naar kamer 25, waar hij Henneicke aan de lijn krijgt. Wat Henneicke precies zegt, is niet te achterhalen, maar in het door hemzelf ondertekende Bericht staat letterlijk zijn antwoord aan Dassen op de smeekbeden van mevrouw V.: 'Ik heb toen geantwoord dat dat jammer was, omdat ze nu ingeleverd moest worden terwijl ze een goede V-vrouw was. Dassen heeft de jodin daarna ingeleverd bij de Zentralstelle.' Mevrouw V. wordt nog in dezelfde maand april in Sobibor vergast. Haar offer, tachtig bruikbare tips, was niet voldoende om haar leven te redden."

Uit: "Kopgeld" – AD VAN LIEMPT – blz. 71/72 – uitgeverij BALANS – 1e druk 2002 – ISBN 9050184782

Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.