Daklozen en God… UIt: 'Vals Beeld' – Elvin Post

Citaat:
'In zijn jeugd had Bobby Ouelette een theorie ontwikkeld over de vele daklozen in Amerika. De theorie was erop gebaseerd dat ieder mens in zijn leven minstens eenmaal door een dakloze zou worden benaderd voor een aalmoes, iets te eten, een paar dollar, of wat dan ook. Zelf had Ouelette het meerdere malen meegemaakt. Soms gaf hij niets, soms wel, maar nooit verplaatste hij zich in de situatie van de dakloze. Tot hij op een avond in december stomdronken door de vrieskou naar huis liep. Hij moest zijn best doen om in een rechte lijn te lopen en dacht aan het warme bed dat thuis op hem wachtte. Hij was er bijna, toen hij rechts van hem, vanuit een portiek, iemand hoorde kreunen. Het bleek een man te zijn die, met een oude deken om zich heen en een kartonnen beker in zijn hand, zittend tegen de muur leunde. De priemende ogen van de man keken Ouelette smekend aan. De hand waarmee de dakloze de beker vasthield, zag er blauw uit en de man had moeite de beker stil te houden.
Ouelette wendde zijn blik af en versnelde zijn pas.
'Alstublieft meneer', hoorde hij de man achter zich zeggen. 'God zou u dankbaar zijn.'
En dat was het moment waarop de theorie in hem opkwam. Stel – dacht de dronken Ouelette – dat alle daklozen op deze wereld in werkelijkheid door God waren uitgezonden om de goede mensen van de slechte te scheiden? Om te controleren wie er wel en wie niet om zijn naasten gaf?
Ouelette bleef staan en keek naar de warme lucht die aan zijn neus ontsnapte en opsteeg de vrieskou in. Toen draaide hij zich om naar de portiek waar hij de dakloze had zien zitten. Hoewel hij wist dat hij dronken was, begon hij opeens bang te worden. Stel dat het de Heer zelve was die hem daarnet om hulp had gevraagd? Ouelette was niet gelovig en begreep dan ook niet waar de theorie vandaan was gekomen, maar toch voelde hij zich plotseling allerminst op zijn gemak. Hij graaide in zijn zak, en vond het laatste beetje geld dat hij na de lange avond had overgehouden. Een biljet van tien dollar.
Langzaam en met ingehouden adem liep hij terug naar de portiek.
Maar daar aangekomen zag hij dat de dakloze in slaap was gevallen. Zijn hoofd was opzij gezakt en de kartonnen beker hing losjes in zijn half bevroren hand. Even dacht Ouelette erover om door te lopen. Op de een of andere manier was het makkelijker nu de dakloze hem niet meer met zijn priemende ogen aankeek. Maar alsof de dakloze zijn gedachte had geraden, sperde de man zijn ogen plotseling wijd open en keek hem recht aan.
Ouelette schrok er zo van dat hij achterover in de sneeuw viel.
De man bleef hem stoxefcijns aankijken.
'Ik… eh…' prevelde Ouelette. Hij kwam overeind, stak de tien dollar uit naar de man en zei: 'Hier, dit is voor u.'
De dakloze bewoog niet, en dus liep Ouelette op hem af en stak het geld in de beker.
'God bless,' fluisterde de man. Hij viste het biljet uit de beker, stopte het weg onder zijn kleding en sloot toen zijn ogen weer.
Ouelette stond doodstil naar de man te kijken. En besloot het er op te wagen. 'Ik vroeg me iets af', zei hij zo nonchalant mogelijk.
De dakloze opende zijn ogen weer en Ouelette stelde zijn vraag.
"Bent u God?"

Uit:
"Vals beeld" – ELVIN POST – bladzijde 161/162 – uitgeverij Anthos (Amsterdam) – 2e druk 2006 – Literaire thriller
Resize of Vals Beeld Elvin Post

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.