Zingen en declameren…. UIt: "De glans van oud ijzer" – Cornelis Verhoeven

Citaat:
"Het ergste vond ik het zingen en het declameren. Bij het zingen kon je nog schuilgaan in de groep en je een beetje onttrekken aan het spiedend oog van de frater die het op je bestwil en het spontaan meezingen had gemunt; maar bij het opzeggen van een versje moest je frontaal voor de klas gaan staan. Al zingend moest ik altijd veel nadenken over de woorden die wij zongen. Meestal waren die nogal onzinnig en zongen we alleen maar dat we een vrolijk lied zongen omdat we gezonde jongens waren of spoorden we elkaar aan toch vooral het zeegat uit te trekken. Bijna altijd beweerden wij al zingende dat wij iets deden wat we in feite helemaal niet deden en ook niet van plan waren ooit te doen. Het zingen leek wel uitgevonden om zaken aan de orde te stellen die helemaal nooit aan de orde kwamen of om plechtig dingen te beloven die we nooit zouden willen uitvoeren. De grote dingen die er nooit van komen, werden op noten gezet en de lucht in gestuurd, zoals de grote gevoelens tot opera en schlager worden gemaakt. Wie bijvoorbeeld eeuwige trouw belooft, is aan zijn belofte gebonden, behalve als hij het zingend doet. Van eeuwige trouw wordt dus bijna uitsluitend gezongen.
Wij zaten daar dan in een benauwd klaslokaal spontaan Hollands vlag aan vreemde kust te begroeten, galmend te zweren dat wij ons kleine landje eeuwig trouw zouden blijven, de vijand te verslaan of ons bloed te geven voor het vaderland. Nu in het onderwijs alles veranderd is, wordt er nog altijd onzin gezongen, niet meer bloedig en patriottisch, maar zo vreselijk opzettelijk luchtig, fris en verplicht stout. Ik weet niet of het veel uitmaakt: victorie roepen aan vreemde kust en de padi tot bras laten stampen, of Dikkerdje Dap ’s morgens vroeg op de trap te laten zitten.
Misschien was dat van het vaderland en het zeegat allemaal nog niet zo erg. Maar ook op religieus gebied werden ons teksten te zingen gegeven die moeilijk te verstouwen waren. Zo herinner ik mij levendig dat we elke eerste vrijdag van de maand in de gang van de school eerherstel gingen brengen aan het Heilig Hart van Jezus, voor de tuchteloosheid en schandelijkheid van leven en levensopvatting, voor het schenden der feestdagen, voor zoveel arglistigheid waarmee men de zielen van de onschuldigen belaagt; konden wij met ons bloed al deze misdrijven uitwissen! En dan zongen wij, op een melodie uit de Matthxc3xa4uspassion van Bach een tekst die mij veel stof tot overpeinzing gaf, maar niet bijdroeg tot mijn levensvreugde:

‘Wij bidden en wij wenen
Wel aan des kruises voet,
Maar in het hart, het stenen,
Ontwaakt geen liefdesgloed.’

Uit:  "De glans van oud ijzer – herinneringen" – CORNELIS VERHOEVEN – BLZ.30/31 – uitgeverij Ambo (Baarn) – 1e druk 1996 – ISBN 9026314353
Resize_of_verhoeven_glans_oud_ijzer

Dit bericht werd geplaatst in Boeken. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.